
Het tweede arr., de kleinste en oudste wijk van Parijs vlak naast Les Halles, is de culinaire wijk van Parijs met als middelpunt de Rue Montorgueil, waar ik een aparte blog over geschreven heb. Lees eerst de blog van het eerste arr. Want de loopafstanden zijn heel klein tussen deze twee districten, soms loop je gewoon in een straat van 1 naar 2. In mijn eerste blog leg ik ook de indeling van Parijs uit. Voor recepten volg de link van Bistro!
Croque Monsieur


Waarom eet je Croque Monsieur in Parijs?
Omdat de Fransen weigeren om deze veredelde tosti van het menu te laten verdwijnen! Voor ongeveer 17 euro hebben ze er een volwaardige maaltijd van weten te maken met friet en salade. Het geheim van een geweldige Croque Monsieur is natuurlijk de zelf gemaakte béchamelsaus. Deze Franse uitvinding is een witte saus gemaakt van een mengsel van boter met bloem (roux) afgemaakt met melk en tot de gewenste dikte ingekookt.
Hoe eet je Croque Monsieurin Parijs?
Traditioneel met friet en salade maar daar wijken ze vaak vanaf door de klant een keuze te geven. Groente, aardappel puree enz.
De oorsprong van het gerecht Croque Monsieur
De legende gaat dat de croque-monsieur rond 1910 zijn oorsprong vond in Parijs, in een van de brasseries op de Boulevard des Capucines. Het klassieke recept bestaat uit ham en kaas tussen twee sneden witbrood, gebakken in de pan of in de oven. Flauwekul natuurlijk maar in deze blog doen we mee met de fransen.
Waar eet je Croque Monsieur in het tweede arr. in Parijs?
De spil van de het tweede arr. is de straat Rue Montorgueil dat zowel in de eerste als het tweede arr. ligt. Een toeristische straat maar er wonen en werken ook 100.000 fransen en die eten twee tot drie keer per week in hun favoriete bistro in de buurt. Het werd me tijdens mijn verblijf duidelijk dat het de beste methode is om de ‘echte’ bistro te vinden. La grille, 50 Rue Montorgueil, 75002 is zo’n parel, de vaste klanten zijn frans en die negeren de toeristen, daar zijn ze overigens goed in tenzij je in je gebroken frans iets over eten vraagt, die verleiding kunnen ze niet weerstaan. La grille heeft een ‘out of the box’ Croque Monsieur qua vorm maar ook omdat ze de Béchamelsaus er niet inbakken maar erbij serveren. Beetje droog maar dat is te verhelpen met een IPA van de tap, maar verdomd lekker.


Wat eet je nog meer in La Grille?
Even voor de duidelijkheid dit restaurant is een parel in deze wijk, vooral als je bedenkt dat ze altijd open zijn!
Confit de canard: verreweg de lekkerste die ik gegeten heb in Parijs. Vier keer, en elke keer goed!
Soupe à l’oignon: ze lopen er niet mee te koop maar hun bouillon is in de keuken gemaakt van rundvlees en kalfsbouillon en de uien zijn eeuwen gekarameliseerd dus het resultaat is echt heel lekker. Ik woonde honderd meter van dit restaurant vandaan en kon er elke dag eten ware het niet dat ik ook de andere restaurants een kans moest geven. Een aanrader voor iedereen die zo slim is om in deze buurt te overnachten, loopafstand van alle musea en meer.
Voor de avontuurlijke eter heeft La Grille ook nog Os à Moelle

Beenmerg oftewel op het menu in een Parijse bistro Os à Moelle is de verborgen schat van de Franse gastronomie, maar ook de nieuwe trend in de hippe restaurants over de hele wereld. In La Grille hebben ze een hele goede versie voor de avontuurlijke eter. In Parijs krijg je er altijd toast of stokbrood bij en een schaaltje goed Keltisch zout. Ik heb het zelf in een aantal bistro’s gegeten maar meestal is er niet veel aan te beleven. Deze bistro maakt er nog werk van en dat merk je aan de Franse boomers die in de wijk komen en speciaal naar deze Bistro gaan om dit gerecht te komen eten.
Millefeuille


Waarom eet je Millefeuille in Parijs?
Al mijn vriendinnen vinden dat natuurlijk een domme vraag, what is there not to like? Het is de Franse tompoes maar dan met drie laagjes bladerdeeg en de crème ertussen die op de een of andere manier toch beter is omdat de Franse klanten nu eenmaal kwaliteit eisen en verwachten! En dus ook krijgen.
Hoe eet je Millefeuille in Parijs?
Ha ha hoe eet je een tompouce in Nederland? De Fransen doen dat netjes met mes en vork en dat is niet eenvoudig, voorzichtig snijden heb ik gezien bij twee Parijse dames aan het tafeltje naast me. De afstanden tussen twee tafels in Parijs zijn voor de duidelijkheid de helft kleiner dan die in Nederland dus je hebt ook wat eerder contact als je iets over frans eten wil weten, anders niet natuurlijk want Parijzenaren houden niet van toeristen.
De oorsprong van het gerecht Millefeuille
Marie-Antoine Carême (1784–1833) codificeerde het recept voor het bladerdeeg in 1815 in zijn Le Pâtissier Royal Parisien, een werk dat tot op de dag van vandaag als gezaghebbend geldt. Carême zelf merkte op dat de millefeuille in zijn tijd al als een oud recept werd beschouwd. Hij zag zichzelf dus als iemand die het verfijnde, niet als de uitvinder. De gâteau de mille-feuilles stond er ook als afzonderlijk recept in. Carême werd bijzonder geassocieerd met twee bereidingen waarvoor hij zijn vaardigheden in bladerdeeg benutte: de vol-au-vent en de millefeuille.
Waar eet je Millefeuille in het tweede arr. in Parijs?
Het staat regelmatig op het menu maar veel minder vaak dan de andere klassiekers zoals tarte Tatin en profiterols. Volgens de ober komt dat omdat je een ervaren toetjes maker in de keuken moet hebben die het voor het restaurant maakt of dichtbij een patisserie die ze aan je wil leveren maar dan verdien je niets. Lézard Café, 32 Rue Etienne Marcel, 75002 heeft zo iemand in de keuken en dat proef je! Geweldig dessert. Ik keek vanuit mijn appartement van boven op hun terras en helaas duurde het even voordat ik door had dat er voornamelijk fransen zaten vooral op zondag. Je kunt daar geweldig eten en voor Parijse begrippen goedkoper dan in de rest van het tweede arr..


Wat kun je nog meer eten in Lézard Café?
De oplettende lezer heeft natuurlijk opgemerkt dat La Grill en het Lézard Café 50 meter van elkaar zitten maar de toeristen worden afgeleid door de Tic Toc winkels met ijs, chocolade en delicatessen omringt door tenten die gespecialiseerd zijn in cocktail. De fransman weet beter vooral op zondag middag dan ben je binnen de enige toerist.
Pâté de campagne (plattelandspaté): Je herkent een goede bistro altijd aan zijn huisgemaakte paté, een Frans bistro gerecht gemaakt van een vulling van verschillende grof gehakte vleessoorten dat gerekend wordt tot de charcuterieproducten. Vaak is het kalfsvlees en kip dat aan varkensvlees is toegevoegd, en de vulling wordt gekruid met knoflook, uien, peper, tijm, laurierblad en brandewijn. Eigenlijk is de paté het visitekaartje van de bistro.
Magret de canard: Dit bistro gerecht laat de magere kant zien van de eenden borst, knapperige plakjes rood van binnen, geserveerd in een badje jus op een aardappel puree. Zeg maar de magere tegenhanger van onze confit de canard.


Soupe à l’oignon: Heel rijk gevuld, heel veel kaas (gruyere) en na het eten van deze soep is er enkel en alleen ruimte voor een dessert!
Tarte Tatin: Ook deze komt van het huis, perfecte kleur van gekarameliseerd appel met een bolletje vanille ijs. Met karamel saus wat trouwens voor mij nieuw is maar heel erg lekker is!
Oesters


Waarom eet je oesters in Parijs?
Ten eerste omdat ze altijd vers zijn, alleen dat is al een prestatie maar iedereen eet ze hier! En ten tweede omdat ze goedkoop zijn (in 2026 betaalde ik 27 euro voor 12 oesters). Je krijgt altijd goede boter bij de warme getooste brood, het is compleet.
Hoe eet je oesters in Parijs?
Meestal nemen mensen er 12, dus niet dat gedoe in Nederland van twee of drie. Wij zijn een oester land en die zijn nauwelijks te krijgen voor een normale prijs dus eet je ze in Parijs. Je hebt er de verschillende soorten en die staan ook benoemd op het menu.
De oorsprong van het gerecht oesters
Dat is in de 2de arr, wel een uniek geval omdat de aanvoer van vis, zeevruchten en vooral ook oesters in de 19de eeuw op gang kwam en door de Rue Montorgueil naar de vishallen werd vervoerd ontstond er dit oude oester restaurant Au Rocher de Cancale in 1804.
Waar eet je oesters in het tweede arr. in Parijs?
In Au Rocher de Cancale, 74 Rue Montorgueil, 75002 uit 1804 zijn ze er in gespecialiseerd! Mooi terras, leuke bediening, mensjes kijken. Wijn is niet goedkoop en de vlees gerechten niet speciaal.


Wat eet je nog meer bij Au Rocher de Cancale?
Escargots, de saus in de slakken is hoog op smaak door de peterselie en de knoflook! Van alle restaurants waar ik ze gegeten hebt zijn dit de lekkerste.
Mousse au Chocolat is erg luchtig en er zit een soort kokos achtige strooisel op dat zeer goed bij deze luchtige – meer melk dan puur – mousse past! Ze maken het zelf en na 5 keer eten was het altijd consistent.


Zeevruchten
Er is een simpel gerecht op het menu, 8 garnalen met mayo. Maar dan zeeverse grote garnalen met de lekkerste huisgemaakte mayo die er is. Geweldig gerecht met een glaasje wijn.
Plateaux de Fruits de Mer: veel fransen bestellen deze en er zit van alles en nog wat op. Het hoogtepunt voor mij zijn wat de fransen langoustines noemen, grappig vertaald als large prawns op het menu. Ik zelf vind al die alikruik-achtigen niet lekker genoeg dus alleen garnalen en oesters is eigenlijk wat je wilt.
Stohrer patisserie
In het tweede district heb je ook een zeer oude patisserie die eigenlijk niet onbenoemd mag worden omdat het historisch gebak verkoop dat van zeer hoge kwaliteit bleek te zijn ten opzichte van de 5 (!) andere op loopafstand in de buurt. Er staat meestal een rij maar door de efficiëntie van het personeel ben je gauw aan de beurt. De rij is er vanwege de kwaliteit en niet vanwege Tic Toc! Ze zijn beroemd om hun Baba au Rhum maar hebben veel meer, vooral als je het historisch bekijkt.


De Financiers: Deze naam is ontleend aan de beurshandelaren die tussen de middag een snelle snack wilden halen bij een patisserie. Deze Financiers werden in 1890 bij banketbakker Lasne verzonnen en in de vorm van een goudstaafje gebakken van amandelmeel, eiwit, en bruine boter. Stohrer heeft de historische taak op zich genomen om dit gebak in ere te herstellen.


Baba au Rhum: Kort maar krachtig Nicolas Stohrer was in dienst van de Franse koningin Marie Leszczyńska (1703 – 1768) van Frankrijk en hij bedacht het gebak voor haar. Na een aantal jaar zag hij wel brood in zijn dessert en verliet in 1730 het hof om in Rue Montorgueil een patisserie te beginnen, en die is er nog steeds, met de Baba au Rhum! Dit gebak ligt in een plastic houdertje met aluminium folie doordrenkt met rum. Wees voorzichtig want ik heb Japanse meisjes giechelend buiten de winkel zien staan.
Eclairs: nu heb ik in 10 patisserieën (niet overdreven) in de nabije omgeving eclairs geproefd en het is ongelooflijk maar eindelijk eens een beroemde zaak die ook nog eens echt vers en hoge kwaliteit gebak verkoopt. Nou staat er een constante rij met klanten, wellicht helpt dat! Ik persoonlijk beveel de koffie eclair aan want die is altijd het ondergeschoven kindje. Ze hebben ook gewoon een croissant au beurre (de rechte) die heel lekker is en pain au chocolat.
