
Deze blog gaat over de 4000 jaar durende reis van Basilicum uit India en Perzië naar, uiteindelijk, de beroemde culinaire gerechten als pesto. Een reis van Hindoe goden via de mythologieën van het oude Egypte en het Griekse en Romeinse koninkrijk naar het Ware Kruis in het Christendom. Maar ook over het verslaan van draken, een paspoort naar de hemel en naar de liefde in een plant. Kortom deze blog gaat over een heilig kruid, dat door de jaren heen sexy, avontuurlijk en culinair is geworden en is de eerste aflevering van een serie over kruiden. Maar eerst beantwoorden we de vraag; wat is Basilicum eigenlijk?
Basilicum (Ocimum basilicum)
Deze kruid is een plantensoort uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De naam basilicum komt uit het Oudgrieks, waar basileus koning betekent, en daarom wordt deze kruid in het Nederlands ook wel koningskruid genoemd. Van oorsprong komt basilicum uit Perzië en India waar het Hindoeïsme is ontstaan.


Het Hindoeisme (2500 v. Chr.)
Ik zal je even voorstellen aan de godin van licht, geluk, schoonheid en de liefde, Lakshmi. Volgens het hindoeïsme is zij de moeder van het universum en zij wordt geëerd tijdens het jaarlijkse lichtfeest Diwali dat tegenwoordig in de gehele wereld bekend is. Zij is dezelfde als de Griekse godin Aphrodite. De plant Tulsi is de incarnatie van onze godin Lakshmi die vaak op een lotusplant zit in een tempel, niet ver van een struikje Tulsi dat bij ons basilicum wordt genoemd (Ocimum sanctum). Deze basilicum struik is dus geen gewone plant maar staat in elk Hindoe huis en ingewijden weten dat Brahma (de schepper god) in de stengels woont, de rivier de Ganges door de wortels stroomt en de goden in de basilicum blaadjes leven. Wie in een huishouden (inderdaad dat is bijna altijd een vrouw) de basilicum plant verzorgd wordt vrijgemaakt van zonden en zorgt voor vrede en vreugde in het huis. Tijdens het sterven (heengaan) wordt er een basilicumblaadje op de borst van de overledene gelegd dat dienst doet als paspoort naar de hemel. Kortom Hindoes zien deze heilige plant als een godin (Tulsi) en noemen haar de koningin van de kruiden. Vanuit India verspreidde basilicum zich via de Arabische kamelen routes naar Egypte.

Het oude Egypte (3300 BC – 332 AC)
Door archeologische vondsten in de graven uit het oude Egypte weten we dat deze krachtig geurende kruid werd gebruikt bij het balsemen en conserveren van de mummies. In de piramides zijn er basilicum kransen gevonden die ervoor moesten zorgen dat de overledene een veilige reis naar het dodenrijk zouden krijgen. Als farao kwam je automatisch goed terecht in het hiernamaals maar de gewone man had daar wel baat bij. Ook tijdens het leven op aarde gebruikten de Egyptenaren het tegen de beet van slangen en schorpioenen, en tegen oogkwalen en reumatiek. Cleopatra heeft haar paleis basilicum vrij moeten maken voordat ze zelfmoord wilde plegen door een slang tegen haar boezem te drukken, maar goed dat was pas op 12 augustus in het jaar 30 voor Christus en het betekende ook het einde van het Egyptische rijk als wereldmacht.

Het oude Griekenland (900 v. Chr. Tot 600 na Chr.)
Laten we het eenvoudig houden, de grote veroveraar Alexander de Grote (356 – 323 v.Chr.) was Grieks en veroverde eerst Egypte en daarna Perzië tot de grens van het huidige India. Op weg naar Egypte werd hij in 332 v.Chr. tegengehouden door Batis de baas van Gazah, die hem geen doorgang wilde verlenen, dat was een foutje. Alexander plunderde de stad en verkocht de bevolking als slaven, zijn culinaire buit was volgens Plinius de Oudere (Naturalis Historia, XII, 32, 62) een grote hoeveelheid kostbare kruiden. Een jaar later trok hij naar Perzië tot bijna in India en ook daar kwam hij volop Basilicum tegen. De oude Grieken profiteerden hiervan door hun spanakopita (deeg gevuld met feta en spinazie) aanzienlijk te verbeteren door toevoeging van basilicum. De koning (in het Grieks basilikon) Alexander introduceerde dit kruid en werd dan ook de koning der kruiden genoemd. Volgens de Griekse mythologie werd de bekende strijder Ocimus gedood door een onbekende medestrijder en uit het bloed groeide basilicum, Ocimum basilicum dus. Symbool voor verdriet. De werkelijkheid is dat Ocimum waarschijnlijk is afgeleid van het eveneens Griekse woord voor geur ozein. Het grappige is dat ook de oude Grieken basilicum gebruikten om een veilige reis naar het hiernamaals te garanderen. Bovendien werd het kruid verbonden met armoede en ongeluk. Het zaaien van basilicum moest je in die tijd (en misschien nog wel) doen met veel schelden en tieren, deze gewoonte ging door tot in de middeleeuwen en de oorsprong van het Franse spreekwoord semer le basilic (zaaien van basilicum) betekent goed tekeer gaan.

De romeinen (31 v. Chr. – 500 na Chr.)
Plinius de Oudere (24 – 79) was, behalve een soldaat in het Romeinse leger, ook schrijver. Hij schreef de Naturalis historia (Kennis van de Natuur), een encyclopedie dat bestaat uit 100 boeken, waarvan er 37 zijn overgebleven. Het eerste deel verscheen in het jaar 77. Zijn ambitie was om alles op te schrijven van wat er bekend was van zijn wereld door middel van geruchten, feitjes en humor, dus ook over basilicum, of eigenlijk meer over het gebruik van dit kruid voor het verslaan van het draakje Basilisk. Deze draak was in het oude Griekenland ongeveer 60 cm lang en had een kroontje op zijn kop en zijn ogen konden doden. Het gif van de draak was dodelijk, maar basilicum was een effectief tegengif. Gelukkig is deze slangdraak te doden door de geur van de wezel, het kraaien van de haan, een spiegel en wijnruit (dit bittere kruid zetten we tegenwoordig in de tuin tegen katten).

De kruisvinding (325 na Christus)
Ik ben zelf niet godsdienstig opgevoed en de kans is groot dat de lezer ook niet alles weet van het Christendom. Daarom een paar regels over dit onderwerp. De kruisiging van Jezus Christus (vrijdag 3 april van het jaar 33) vond plaats in Jeruzalem tezamen met twee anderen ongelukkigen, drie kruizen dus. Maar waar was dat kruis van Christus nu eigenlijk gebleven? Dat vroeg Helena van Constantinopel beter bekend als Sint-Helena (248-329), de moeder van de Romeinse keizer Constantijn de Grote (273 – 337) zich ook af en reisde in 325 naar het toenmalige Palestina op zoek naar het Ware Kruis want die was al 300 jaar zoek. De mooie legende van Helena is dat ze netjes aan het bidden was en de lekkere geur van wilde basilicum rook, een voor haar onbekend kruid, dat daar plaatselijk in de vorm van een kruis op een heuvel groeide. Haar personeel groef en vond het kruis. Deze gebeurtenis staat bekend als de kruisvinding. In die tijd had elke koningin haar eigen ruime privé vertrekken, zeg maar de slaapkamer. Helena nam het kruis mee naar Rome en bewaarde het in haar slaapkamer en daar ligt het gedeeltelijk nog steeds in de nu bekende basiliek (ook alweer zo’n basilicum woord) Santa Croce in Florence. In het huidige Griekenland wordt dit nog steeds gevierd met basilicum in de kerk en rondom het kruis.
Ik hoop dat je nu toch een beetje anders kijkt naar je basilicum plantje van de appie voordat je het vermaalt tot pesto. Tot de volgende blog over kruiden!

