
Deze blog gaat over de geschiedenis en oorsprong van het Amerikaanse Thanksgiving diner. Een oorsprong die voortkomt uit de religieuze dankdagen die in de 16de eeuw bij de strenge godsdienstige groeperingen in Europa gebruikelijk was. Uiteraard gaan we ook in op de culinaire gebruiken die er in de 20ste eeuw ingeslopen zijn en het beroemde Amerikaanse familiefeest hebben omgevormd tot één van de internationale eetfeesten in een jaar zoals kerst, carnaval, Pasen en Eid al-Fitr. Ik heb twee jaar in Boston, Massachusetts gewoond en daar is deze dankdag traditie ontstaan samen met de mythe dat we gebroederlijk met de Indianen kalkoen met een kolfje maïs zaten te eten. Deze blog probeert de culinaire feiten en mythen over Thanksgiving uit elkaar te halen maar dat blijkt net zo moeilijk te zijn als het scheiden van jus en aardappelpuree (gravy and mashed potatoes). We gaan dit verhaal daarom vertellen door je te introduceren aan een aantal sleutelfiguren die een belangrijke rol hebben gespeeld in het ontstaan van het huidige familiefeest. We beginnen met de Engelsman William Bradford die met een bootje (de Mayflower) naar het huidige New England voer. Uiteraard is er humor, culinaire feitjes, veel Nederlands chauvinisme en godsdienstige krankzinnigheid in deze blog te vinden.
William, de boerenzoon uit Engeland
William Bradford (1590-1657) werd geboren in een rijke boerenfamilie in England. In zijn jeugd verloor hij al jong zijn vader en zijn moeder zodat het jongetje een beetje stuurloos door het leven ging. Totdat hij God vond, maar niet zomaar, hij hield niet van de katholieke gebruiken in de Engelse kerk en sloot zich daarom aan bij echte mannen die een zelfstandig religieus bestuur ambieerden in een simpele protestantse kerk. Koning James I (1566-1625) besteeg de Engelse troon in 1603 en had van God doorgekregen dat zijn taak het uitroeien van andersdenkenden was, dus dat botste. Onze William ontsnapte met de wijze mannen naar het vrije Republiek der Nederlanden (1588-1795) en vestigde zich in 1609 in Leiden vlakbij de protestantse St- Pieterskerk. Onze William was toen 18 jaar, drie jaar voordat hij aanspraak kon maken op een aanzienlijke erfenis van zijn vader. Leiden had geleden onder het Beleg van Leiden in 1574 en had jaarlijks op 3 oktober de religieuze dankdienst in de protestante kerk (een dankdag) om daarna gezamenlijk in huiselijke kring een simpele doch voedzame maaltijd te nuttigen.
Pilgrim Fathers en hun Plymouth-kolonie

In de Amerikaanse schoolboeken staat dat de Pelgrims zich in 1620 in Plymouth, Massachusetts vestigden omdat een storm hen van hun oorspronkelijke bestemming in Virginia had afgebracht. Er zijn ook historici die menen te weten dat de Nederlanders Christopher Jones Jr. (1570-1622), de kapitein van de Mayflower hadden omgekocht om naar het noorden te varen, een flink eind van Nieuw Amsterdam (nu New York) vandaan. Ze kwamen bij Plymouth (om het simpel te houden) in Cape Cod Bay aan en stichtte daar de Plymouth-kolonie door gezamenlijk het bekende Mayflower Compact te tekenen, losjes gebaseerd op de regels die golden voor de stad Leiden in die tijd, zelfbestuur en gelijke rechten.
De Nederlandse schoolboeken vertellen dat een groot gedeelte van de Pilgrim Fathers bestond uit protestante puriteinen die in het begin van de 17e eeuw naar Leiden vluchtten (1609-1620) vanwege de religieuze vervolgingen in Engeland en uiteindelijk Nederland verlieten om ‘besmetting’ van onze vrije gewoontes en taal te voorkomen. Nou dat tolerante is er tegenwoordig wel vanaf maar dat terzijde. In Nederland waren de mensen dus te vrij en daarom besloot een groep met het schip Speedwell naar England te varen om in 1620 aan boord van de Mayflower naar Amerika te varen om daar vrij hun geloof te kunnen belijden. Deze gebeurtenis staat afgebeeld op een bankbiljet van 10.000 USD dat tussen 1878 en 1934 in omloop is geweest naar aanleiding van een schilderij van Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930) die gespecialiseerd was in een romantische benadering van de historische hoogtepunten van de Amerikaanse geschiedenis en dus in het land erg geliefd was.


Voordat William Bradford aankwam in New England, hadden Europese ziektes tussen 1616 en 1618 huisgehouden onder de indianen in het huidige Massachusetts. De inheemse gemeenschappen verloren 90% van hun mensen. De puriteinen zagen dit als bewijs dat God hun koloniale ambities gunstig gezind was en hun aankomst goedkeurde. Dan heb je de bedoelingen van God niet heel erg goed begrepen omdat de eerste winter (die van 1620) 45 pelgrims (van de 102) het leven kostte en aan het eind van de lente (1621) nog maar 52 van de oorspronkelijke groep over waren waarvan 4 volwassen vrouwen (van de 19). De kolonisten stierven vooral door gebrek aan voedsel, onderdak en scheurbuik. Het stadje Patuxet (het huidige Plymount) was een verlaten indianen dorp waar iedereen was omgekomen en zeer geschikt was voor de nederzetting van onze kolonisten omdat er al ontbost was en potentiële akkervelden waren aangelegd. Tijd om een Indiaan aan je voor te stellen.


Squanto of Tisquantum (1580-1622)
Het was de Abenaki Indiaan Samoset of Somerset (1590-1653) die William Bradford en zijn medekolonisten van hun stoel liet vallen toen hij gewoon de nederzetting binnen kwam lopen en ze in het Engels begroetten met Welcome, Englishmen en om een biertje vroeg (waar gebeurd). We schrijven maart 1621. Het werd zo gezellig die avond dat hij een nachtje bleef slapen en vijf dagen later terugkwam met de goed Engels sprekende Squanto en vijf anderen met hertenhuiden om te ruilen. De Pelgrims dachten dat ze van God op zondag niet mochten handelen en vroegen Squanto om later terug te komen (je gelooft het niet, maar ook waar).
Squanto had al een bewogen leven achter de rug! Hij woonde in Patuxet toen in 1614 Thomas Hunt (1594-1666) 20 indianen met een list uit het dorp lokte, gevangen nam en naar Spanje smokkelden om ze op de slavenmarkt in Malaga te verkopen aan de handelaar Juan Bautista Reales. Squanto leerde meteen Spaans en werd daardoor door de lokale Franciscaanse monniken vrijgekocht en kreeg een Katholieke opvoeding, werd gedoopt en leerde ook nog eens Engels, wat goed van pas kwam toen onze avonturier volgens het dagboek van William Bradford een aantal jaren, ‘in Cornhill, Londen woonde met Meester John Slanie (156?-1632)’. Slanie was een koopman en scheepsbouwer en hielp in 1619 Squanto met zijn terugkeer naar zijn geboorte dorp om zich bij aankomst te realiseren dat hij de enige overgebleven Patuxet Indiaan was op de wereld en ging een dorpje verder bij de Wampanoags Indianen wonen waarvan het opperhoofd (Massasoit) met de naam Ousamequin (1581-1661) was. Squanto nam hem mee om de ruilhandel met Bradford voort te zetten. De kolonisten verwarden zijn titel met zijn naam dus werd hij in de dagboeken en brieven van die tijd Massasoit genoemd. Er werd een mondeling vredes contract gesloten over ruilhandel en bescherming tegen vijandige stammen. Squanto ging bij de kolonisten wonen om hen te leren hoe je in je eigen levensbehoeftes kunt voorzien d.m.v. ruilhandel, landbouw en visserij.


Maïs, paling en elften
Squanto kende zijn geboortestreek erg goed en leerde de kolonisten eerst hoe ze eenvoudig paling konden vangen aan de oever van de Eel River door met zijn voeten op de modder te stampen zodat de paling naar boven kwam. Het verzamelen van paling werd onderdeel van de jaarlijkse traditie van de kolonisten.
Daarna leerde hij hoe je elften (grote soort haring) in de maand april in een bassin kon krijgen wanneer ze van zee de rivier inzwommen. Squanto liet zien hoe je deze vis als bemesting kon gebruiken voordat je maïs (corn) plantte. Nou denken wij tegenwoordig aan lekkere sappige maïskolven met boter of mayonaise (Mexico) maar in werkelijkheid was het een harde maïssoort (flint corn) dat werd gemalen en gekookt tot een dikke maïspap of gebakken tot platte broden.
De mede kolonist Edward Winslow (1595-1655), ook uit Leiden, en de eerste die in de kolonie trouwde in 1621 in een burgerlijke ceremonie gegeven door gouverneur William Bradford. Dit huwelijk was een burgerlijk huwelijk volgens Nederlandse gewoonte uit Leiden. Hij schreef over de waarde van Indiase teeltmethoden in een brief aan Engeland aan het einde van het jaar 1622:
We set the last Spring some twentie Acres of Indian Corne, and sowed some six Acres of Barly and Pease; and according to the manner of the Indians, we manured [bemesten] our ground with Herings or rather Shadds [elften], which we have in great abundance, and take with great ease at our doores. Our Corn did prove well, & God be praysed, we had a good increase of Indian-Corne, and our Barly indifferent good, but our Pease were not worth the gathering, for we feared they were too late sowne.
Ook leerde Squanto hoe de pelzen van bevers voor de handel met Engeland konden worden gebruikt en de winsten daarvan voor de lokale handel met de omringende indianen stammen.

Het eerste feestje, de oogstfeest.
Gouverneur Bradford wilde met de groep de geslaagde oogst van de zomer in oktober 1621 herdenken. Hij liet wat gevogelte schieten (eenden en ganzen) en de dank ceremonie kon beginnen. De Wampanoags Indianen hoorden de geweer schoten en vreesden het ergste. Massasoit kwam met 90 krijgers te hulp, de verbaasde kolonisten nodigden de indianen uit voor een gezamenlijke maaltijd dat uiteindelijk drie dagen duurden en de indianen doneerde vijf volledige herten, geruchten gaan dat er behalve maïspap, ook eend, wilde kalkoen, paling, kreeft, mosselen en vis op tafel stond. Kortom een niet gepland feestje met de Indianen om de oogst te vieren dat later in de 19de eeuw is geromantiseerd. Zoals je al weet maakte schilder Jean Leon Gerome geromantiseerde plaatjes van de hoogte punten uit de Amerikaanse geschiedenis. Bovenstaand schilderij is daar een voortreffelijk voorbeeld van, alles is verkeerd afgebeeld, van de indianen (tooi, het op de grond zitten) en de kolonisten (moderne cowboy hoed, kleding) tot het aantal kolonisten vrouwen aan toe waar er toen nog maar vier van over waren.
Het tweede feestje, de dankdag voor regen
Ineens was er in de zomer van 1623 geen regen meer, zeg maar acht weken geen druppel en de oogst dreigde te mislukken. Bradford en zijn wijze mannen sloten zich op in gebed tot God zonder eten. Afzien dus, dat maakte indruk op God en de hemel opende zich en een gestage regen kwam weken achter elkaar naar beneden en redde de oogst. Bradfort organiseerde een officiële Day of Thanksgiving waar de kolonisten gezamenlijk in gebed hun dankbaarheid het wonder omarmden zoals dat in religieuze kringen in geheel Europa gebruikelijk was. Geen eten en indianen dus.

Het romantiseren van de kolonisten met de indianen.
Laten we er in dit blog niet over hebben, maar de onderlinge strijd tussen de indianen zelf en de kolonisten in het algemeen zorgden na Massasoit en Bradford tot de huidige situatie van de indianen in Amerika. Gelukkig was er Sarah Josepha Hale (1788-1879). Geboren en getogen in New Hampshire (lees New England) en gecharmeerd van de mythes en tradities rond Thanksgiving in New England, schreef ze jarenlang als redactrice van Godey’s Lady’s Book , het meest verspreide tijdschrift in de Verenigde Staten van vóór de Burgeroorlog, over haar feest Thanksgiving. Zij wilde dat het een nationaal feestdag werd. Sarah wordt de ‘Moeder van Thanksgiving’ genoemd! Thomas Nast (1840-1902) een Amerikaanse karikaturist werd de ‘Vader van de Amerikaanse cartoon’ genoemd en die maakte in november 1869 deze Thanksgiving karikatuur.


Sarah Josepha Hale (1788-1879) wilde van de president een officiële feestdag.
Sarah had een missie en een tijdschrift om haar ideeën naar de vrouwen van Amerika te brengen. Je kunt wel zeggen dat zij ervoor heeft gezorgd dat Thanksgiving een nationale feestdag is geworden. Sarah wilde deze feestdag afdwingen door brieven te schrijven naar politici en begon in 1846 in haar tijdschrift erover te schrijven, het duurde 17 jaar voordat een persoonlijke brief aan Abraham Lincoln (1809-1865) succes had en hem overtuigde dat het een goed idee was. Op 3 oktober (!) 1863 ondersteunde Lincoln de wetgeving voor een nationale feestdag op de derde donderdag in November. Pas op 28 juni 1870 nam het Amerikaanse Congres een wet aan die Thanksgiving, samen met Kerstmis, Nieuwjaarsdag en Onafhankelijkheidsdag een officiële vrije dag (federal holiday) maakte. Sarah was iedereen voor met de invulling van dit familiefeest want ze liet in 1827 haar hoofdpersoon Squire Romilly aan de Engelse gast Mr. Frankford uitleggen dat de dag “een feest van het volk is, vastgesteld door de gouverneur van de staat” in haar roman Northwood: Or, a Tale of New England. Dit feest Thanksgiving wordt in de roman beschreven en ook wat er op tafel komt te staan. Centraal op tafel de gebraden kalkoen, die de ereplaats op tafel kreeg, met de geur van het gevulde en met bakvet doordrenkte vlees [“savoury stuffing” van de kalkoen]. Daaromheen stond, volgens Sarah, rundvlees (sirlion), varkensvlees en lamsvlees, omringt door talloze schalen jus [innumerable bowls of gravy]. Maar ook kippenpastei, pompoentaart, augurken, cakes en jam. En dat alles weggespoeld met drankjes die op een buffet staan in karaffen, zelfgemaakte bessenwijn, voortreffelijke cider en zelf gemaakte gemberbier waar mevrouw Romilly bijzonder trots op is. Geen Cranberrysaus!

Het eetfeest Thanksgiving in moderne tijden
Dat Sarah geslaagd is met de algemene invoering van Thanksgiving bewijzen de getalletjes van 2025. Deze maaltijd wordt, precies zoals Sarah het in haar roman beschreven heeft, thuis gegeten (97%) met een gemiddelde van 8 personen aan tafel. Kalkoen is het populairst en verschijnt bij 80% van de Amerikanen op tafel en dat waren er in 2025 zo’n 30 miljoen. Ook de traditionele bijgerechten zijn populair, kalkoen vulling (stuffing 61%), aardappelpuree (61%), taart (pie 60%), broodjes (hot rolls 58%) en jus (gravy 56%). Het feest wordt door het gehele land gevierd los van of je een boomer bent of een mooi kleurtje hebt.
Elk jaar krijgt een kalkoen officieel gratie van de Amerikaanse president. In 1863 kreeg Lincoln een levende kalkoen cadeau voor het kerstdiner (!), maar net iets te vroeg want zijn zoontje Tad ging van het dier houden en noemde de kalkoen Jack. Lincoln gaf de kalkoen gratie. In 1989 maakte president George H.W. Bush (1924-2018) er een jaarlijkse terugkerende traditie van om een kalkoen, vaak ook twee, gratie te verlenen maar dan met Thanksgiving onder druk van dierenrechtenactivisten voor het witte huis.
Er is een Thanksgiving menu bewaard gebleven uit 1943 van het vliegdekschip USS Wake Island en daarop kun je lezen dat bijna alles traditioneel is en het accent ligt op producten die uit de Nieuwe Wereld komen zoals kalkoen en pompoen, zoete en hartige aardappels, en natuurlijk corn en rolls. Toen kon je nog officieel afsluiten met sigaren en sigaretten! Blijkbaar was Thousand Island dressing en Cranberrysaus ook al beroemd! Cranberrysaus wordt voor het eerst genoemd als begeleiding bij kalkoen in het eerste Amerikaanse kookboek, American Cookery (1796) van Amelia Simmons, die gespecialiseerd was in New England gerechten zoals pumpkin pie.

Een aantal jaren later, in 1955, begon het beroemde soep merk zich er ook mee te bemoeien omdat ze de verkoop van cream of mushroom soup wilden stimuleren met recepten.
Omdat sperziebonen ook uit de Nieuwe wereld komen (Mexica en Peru) worden deze vaak geserveerd als traditioneel bijgerecht bij de traditionele Thanksgiving maaltijd in de vorm van een sperziebonenschotel (green bean casserole). Het recept werd in 1955 bedacht door de Grandmother of the Green Bean Bake Dorcas Reilly (1926-2018) voor de Campbell Soup Company om het gebruik van hun ingeblikte champignonroomsoep te promoten. Reilly begon in 1949 te werken als receptenontwikkelaar in de testkeuken van Campbells. Ze bedacht creaties als tomatensoep gehaktbrood, een tonijn-noedel ovenschotel (tuna-noodle casserole), verschillende soorten egelgehaktballen (porcupine meatballs) en de Sloppy Joe “souperburger”. Maar echt beroemd werd ze met de green bean casserole waarvan het recept in 2002 in de National Inventors Hall of Fame terecht is gekomen. Het is sinds de vijftiger jaren een standaardgerecht voor Thanksgiving geworden. Hier is het originele recept toen het nog Green Bean Bake werd genoemd uit 1955!

Sperziebonen Ovenschotel (Green Bean Bake)
1 blik Campbell’s Champignonsoep (Cream of Mushroom Soup)
120 ml melk
1 tl sojasaus
Snufje zwarte peper
450 gram sperziebonen (gesneden, gekookt en uitgelekt)
80 gram French’s gebakken uien (French Fried Onions)
In Nederland kun je Unox stevige champignonsoep nemen en Indonesische gebakken uitjes bij de appie. Ook de sperziebonen (Haricots Verts) uit glas van HAK zijn erg lekker, en je bent meteen klaar. Dat geld trouwens voor alle Amerikaanse recepten.
- Roer de soep, melk, sojasaus, peper, sperziebonen en de helft van de gebakken uien door elkaar en doe in een ovenschaal (inhoud ca. 1 liter).
- Bak in een oven op 175°C gedurende 25 minuten of tot het heet is.
- Roer. Strooi resterende uien over bonen mixture. Bak 5 minuten. 6 porties.
Happy Thanksgiving en de volgende dag kun je grote hoeveelheden overgebleven kalkoen, net als de Amerikanen, verwerken in een gerecht dat pasta Tetrazzini heet. In mijn blog over dit gerecht vind je behalve de geschiedenis ook een mooi recept.
